bekijk alle artikelen

Werken vanuit een gezond systeem geeft mij voldoening

14 november 2024
Keten Duurzaam Varkensvlees

Als 22-jarige schoolverlater begon ze bij Stichting KDV met het maken van notulen. Sinds 2015 is ze mede-eigenaar van innovatiebedrijf De Hoeve in Valkenswaard. Marion Kunstt Verhoeven heeft van KDV een professionele organisatie gemaakt die gehoord en gezien wordt.

Waar komt die drijfveer vandaan?


“Als boerendochter vond ik het niet vanzelfsprekend om het bedrijf voort te zetten, dus ging ik eerst Commerciële Economie studeren in Eindhoven en vervolgens Marketing Management in Tilburg. Een agrarische opleiding vond ik op dat moment nog te beperkend en bepalend. Ik wilde alle opties openhouden, maar kwam er al wel vrij snel achter dat ik de varkenshouderij niet los kon laten. Bij ons thuis aan de keukentafel ging het er altijd over. Toen mijn vader bij ZLTO in het bestuur zat, runde mijn moeder het bedrijf alleen. In de weekenden en vakanties hielp ik samen met mijn broer en zus mee. Gangen vegen, ramen wassen, er is altijd genoeg te doen. Tijdens mijn studie heb ik meegeholpen met de verbouwing van de stallen. Ook mijn oudere zus Suzanne koos ervoor om in de varkenshouderij te blijven werken. Zij werkt nu als bedrijfsleider op onze boerderij, de demoboerderij van KDV.”

Waarom is jouw vader met de keten begonnen?

“Na de varkenspest kwam er veel regelgeving bij. Mijn vader vond het maar niks om blindelings een stal te bouwen die slechts aan wetgeving voldeed. Hij was ervan overtuigd dat het beter boeren was als we de stal zouden aanpassen op de behoefte van het varken. Overtuigd zijn van brongerichte aanpak is een begin, maar ga het dan ook maar eens bewijzen. In 1997 waren we het eerste bedrijf met een proefstalstatus. Door metingen konden we onderzoeken of een stal met minder emitterend oppervlak gunstig is voor de varkens. En dat was het: de varkens waren aantoonbaar gezonder en beter van kwaliteit. Toen is het idee ontstaan om een keten te beginnen. We gingen de boer op en vonden bedrijven die met ons mee wilden doen. Van alle kanten kregen we complimenten, maar het leverde geen cent op. Totdat we in 2004 gingen samenwerken met Inkoop Oudewater dat later fuseerde met Westfort. Zij hadden kennis van de afzetkant, waardoor we onze missie als keten konden voortzetten.”

Wanneer ben jij erin gerold?

“Na mijn studie schreef ik me in als ZZP’er en ging ik met Jaap de Wit jr. van Inkoop Oudewater om tafel. De keten bestond toen al uit ongeveer 70 aangesloten bedrijven, dus ze konden wel een professionaliseringsslag gebruiken. En zo werd de naam Keten Duurzaam Varkensvlees geboren. Samen hebben we toen de communicatie opgepakt en ben ik me gaan verdiepen in de certificering van een keten en alles wat daarbij komt kijken. In die tijd bezocht ik veel slagerijen waardoor ik veel meer feeling met de markt heb gekregen. Ondertussen groeide de belangstelling voor KDV vanuit boeren en overheid. Dat gaf grotere verantwoordelijkheden waardoor mijn rol meer bij management en organisatie kwam te liggen. Mijn werkplek verhuisde van de keukentafel naar een echt kantoor, met personeel en een managementsysteem. Ook de organisatie veranderde. In het begin was ik de enige vrouw, maar er zijn steeds meer jonge vrouwen bij gekomen. Zoals Trudy, onze eerste boerderijcoach.”

In 2014 bouwden jullie de Stal van de Toekomst. Wat houdt dat in?

“Er was in die tijd veel aandacht voor antibiotica, onder meer met betrekking tot de gevolgen van resistentie voor de volksgezondheid. Wij kregen in 2010 van LNV de opdracht om te onderzoeken hoe we naar nul antibiotica terug konden gaan. We hebben bewezen dat brongerichte aanpak van mest effect had. Maar er zijn meer bronnen die invloed hebben op de gezondheid van de varkens. Schoon drinkwater, schone vloeren, frisse lucht, het juiste voer, alles heeft invloed. Dat alle brongerichte maatregelen samen een groot effect hadden bleek al snel: de varkens in de Stal van de Toekomst deden het veel beter. Tot op heden is geen antibiotica gebruikt in onze Stal van de Toekomst.”

Waar ben je het meest trots op?

“Dat klinkt misschien heel suf, maar voor mij zit dat in de kleine dingen. Mijn vader werd wel eens aangesproken op de kermis: ‘Ah, bende gij die boer waar ge niks ruukt?’. In tijden dat je als boer alleen nog maar in negatief daglicht staat, is dat het grootste compliment dat je kunt krijgen. En dan te bedenken dat wij dus geen luchtwasser hebben. Werken vanuit een gezond systeem geeft mij voldoening. Gezonde dieren, betere groei, minder onrust in de stallen, het draagt allemaal bij aan fijn boeren. We hebben ook veel moeten pionieren. Je moet bijvoorbeeld uitvinden hoe dagverse mest zich gedraagt en hoe je het uit de stal krijgt. Dat gaat allemaal met vallen en opstaan. Maar telkens als je de oplossing hebt gevonden geeft dat heel veel voldoening en heb je zin om die kennis te verspreiden.”

En lukt dat een beetje?

“Ja, we worden steeds meer gehoord en gezien. We hebben wekelijks contact met beleidsmakers, waaronder topambtenaren van LNV. Zij staan volledig achter ons verhaal. Ze zien ook in dat het beleid veel meer brongericht moet worden om varkens op een intensieve manier te mogen en te kunnen houden terwijl het ook economisch rendabel blijft. Door brongerichte maatregelen is er de mogelijkheid om nu of in de toekomst verdere stappen te zetten op je bedrijf richting verduurzaming. Water en energie zullen een steeds grotere uitdaging worden. Net als methaan aangezien dit 28 keer schadelijker is op de natuur dan CO2. Ik zou daarom ieder bedrijf willen adviseren om te gaan nadenken over een brongerichte aanpak. Er zijn mogelijkheden om hierin stappen te zetten zodat je bedrijf klaar is voor de toekomst. Er wordt hard aan gewerkt om het overheidsbeleid beter aan te laten sluiten bij een brongerichte aanpak. Waardoor ik goede hoop heb dat we dan nog veel meer mensen kunnen inspireren
om voor de integrale aanpak te kiezen.”

Hoe ziet De Hoeve er over 10 jaar uit?

“Tien jaar is nog best ver weg, maar mijn ouders zullen er sowieso blijven wonen. Net als mijn opa. Hij is ook tot op zijn laatste dag op de boerderij blijven wonen. Ik hoop dat ik dit bedrijf nog heel lang samen met mijn ouders en zus kan voortzetten. En natuurlijk dat we de overheid en andere bedrijven kunnen inspireren met ons verhaal. Er zijn nog veel uitdagingen die op ons afkomen rondom water, methaan, mest en energie. Ik wil laten zien dat we met de varkenshouderij een positieve bijdrage kunnen leveren in plaats van medeveroorzaker te zijn. Kwestie van omdenken. Een rol in de politiek is echter niets
voor mij. Ik zet me liever in om de weg die wij zijn ingeslagen zo goed mogelijk te verspreiden.”