bekijk alle artikelen

KDV laat zien dat verdere reductie wél mogelijk is

4 augustus 2026
Keten Duurzaam Varkensvlees

De Nederlandse varkenshouderij heeft de afgelopen vijftien jaar grote stappen gezet in het terugdringen van antibioticagebruik. Sinds 2009 is het gebruik met 68% gedaald. Toch laat de nieuwste rapportage van de Autoriteit Diergeneesmiddelen (SDa) zien dat de daling de laatste jaren stagneert. Binnen KDV zien we een ander beeld. De cijfers over 2024 laten zien dat bedrijven in de keten structureel lager scoren dan het landelijke gemiddelde. Daarmee laat KDV zien dat verdere reductie wel degelijk mogelijk is.

Grote stappen, maar daling stagneert

De reductie van antibioticagebruik sinds 2009 is een belangrijke prestatie van de sector. Tegelijkertijd laat de SDa-rapportage zien dat verdere daling niet vanzelfsprekend is. Met name bij gespeende biggen neemt het gebruik de laatste jaren weer toe. Niet alleen stijgt het gemiddelde, ook de spreiding wordt groter. Op een aantal bedrijven ligt het gebruik hoog of zelfs extreem hoog, vaak ook over meerdere jaren. Deze groep bedrijven heeft een grote invloed op het landelijke gemiddelde. In 2024 waren er 78 bedrijven met een antibioticagebruik boven de 50 DDD bij gespeende biggen. Wanneer deze bedrijven buiten beschouwing worden gelaten, daalt het nationale gemiddelde van 16,1 DDD naar 9,1 DDD.

Binnen KDV een ander beeld

De resultaten binnen KDV laten zien dat het ook anders kan. In alle drie de diercategorieën liggen de gemiddelden duidelijk lager dan het landelijke niveau. Vooral bij gespeende biggen is het verschil groot. Waar deze diercategorie landelijk als aandachtspunt geldt, blijven alle 83 KDV-bedrijven onder de norm van 16 DDD. Binnen de keten is geen enkel bedrijf aan te merken als veelgebruiker. Bijna de helft van de bedrijven zit zelfs onder de 2 DDD.

Tabel: Dierdagdosering 2024. Bron: SDa-rapport antibioticagebruik 2024

Brede groep bedrijven scoort laag

Ook bij de andere diercategorieën is het beeld positief. Bij de zeugenhouders valt 39% van de bedrijven (31 van de 80) in de categorie 0–1 DDD. Bij vleesvarkenshouders geldt dat voor 60% van de bedrijven (85 van de 141). Het gaat dus niet om een paar uitschieters, maar om een brede groep bedrijven die structureel laag antibioticagebruik realiseert.

Investeren in diergezondheid

De resultaten komen niet vanzelf. Binnen KDV wordt al jaren actief ingezet op preventie en diergezondheid. Boeren worden ondersteund met persoonlijke begeleiding door boerderijcoaches, terugkoppeling van bedrijfsresultaten en instrumenten zoals CEVA-longscores. Daarnaast gelden binnen de keten aanvullende eisen die bijdragen aan een betere diergezondheid. Zo worden biggen pas vanaf vier weken gespeend, wat hun vitaliteit en weerstand ten goede komt. Juist in een periode waarin de landelijke daling stagneert, laten de resultaten zien dat investeren in preventie loont. Binnen KDV bewijst een brede groep bedrijven dat structureel laag antibioticagebruik mogelijk is.