bekijk alle artikelen

Lange staarten

2 maart 2026
Keten Duurzaam Varkensvlees

Vanaf 2030 wordt het houden van varkens met lange staarten verplicht. Dat lijkt nog ver weg, maar in de praktijk betekent het dat de sector zich nú moet voorbereiden. Hoe kunnen we dierenwelzijn verhogen zonder te couperen?

Om daar antwoord op te vinden, zijn vijf KDV-varkenshouders gestart met een gezamenlijke pilot. Elke deelnemer heeft bij enkele tomen de staarten volledig intact gelaten, zodat praktijkervaring wordt opgedaan met deze nieuwe manier van houden. De pilot loopt nog volop, maar de eerste leerpunten leveren al waardevolle inzichten op.

De staart als graadmeter

Staartbijten begint vaak subtiel. Een paar ontbrekende haartjes aan het uiteinde, wat natte plekjes en voor je het weet, is ontstaat er een wondje. Wie op tijd de signalen herkent, kan veel leed voorkomen. De staart vertelt namelijk veel over het welzijn van het varken. Een gezonde staart heeft een mooie, opgekrulde vorm en beweegt ontspannen mee. Hangt de staart naar beneden of tussen de benen, dan is dat vaak een teken dat er iets mis is. Ook een overactieve, voortdurend kwispelende staart kan wijzen op spanning of irritatie. Daarnaast vertonen gebeten varkens vaak afwijkend gedrag: ze trekken zich terug uit de groep, staan met hun achterste tegen de muur of liggen stil in een hoek. Door dit gedrag te leren herkennen, kunnen varkenshouders vroegtijdig ingrijpen.

Controlerondes met meer aandacht

Het houden van lange staarten vraagt om een andere manier van kijken tijdens de dagelijkse controlerondes. Natuurlijk blijven de basisvoorwaarden zoals een prettig stalklimaat en voldoende voer en water essentieel. Maar daarnaast wordt er nu veel bewuster gekeken naar staarthouding, diergedrag en groepsdynamiek. Bij rustige tomen kost dit nauwelijks extra tijd. Maar zodra signalen van bijtgedrag worden waargenomen, duurt het langer. Dan is observeren, registreren en soms ook speuren naar de ‘bijter’ noodzakelijk. “Het vraagt iets meer geduld,” vertelt een deelnemer. “Maar je leert er ook veel van. Je gaat echt kijken in plaats van alleen controleren.”

“De staart zegt veel over hoe het varken zich voelt. Als je te kort coupeert, mis je dat signaal.”

Bijters en slachtoffers: maatwerk per groep

In de pilot zien de deelnemers dat elke situatie anders is. Soms is er één duidelijke bijter en wordt die tijdelijk apart gezet. In andere gevallen blijkt bijna de hele groep betrokken, en dan is het vooral belangrijk om de basisvoorwaarden te herstellen: voldoende voer, voldoende ruimte, frisse lucht en extra afleiding, zodat de rust in de toom kan terugkeren. Als slechts enkele dieren gebeten zijn, worden die meestal apart gezet om verder letsel te voorkomen. Wat al snel blijkt uit de pilot: er bestaat geen standaardaanpak. Het draait om snel signaleren, observeren en handelen op maat.

Wanneer piekt het bijtgedrag?

De meeste gevallen van staartbijten doen zich voor tussen 9 en 11 weken leeftijd, net voor de overgang naar de vleesvarkensstal. Een aantal deelnemers schrijft dit toe  aan de ruimte die steeds krapper wordt en daarmee het stalklimaat verandert. In de vleesvarkensstal herstelt de rust meestal weer. Toch denken niet alle deelnemers er hetzelfde over. Bij één deelnemer zijn de varkens met 9 weken vaak al opgelegd naar de vleesvarkens, waardoor ruimte en stalklimaat geen rol spelen. Toch zien zij ook met 9 weken een kritiek punt in staartbijten. Zij denken dat het voornamelijk komt door doorkomende kiezen.

Spelen, wroeten en ontdekken

Een belangrijk onderdeel van de pilot is het testen van verrijkingsmaterialen die het natuurlijke gedrag van varkens stimuleren en staartbijten helpen voorkomen. De behoefte aan afleiding begint al in de kraamstal. Biggen die jong leren wroeten en spelen lijken later rustiger. Daarom hangen veel deelnemers jute of touwtjes aan de stroruif of hokinrichting. Na het spenen neemt de drang om ergens in te kauwen toe, zeker wanneer de kiezen doorkomen. De dieren krijgen dan afwisselend stro, strokorrels, zeoliet of houten blokken. Die variatie houdt ze nieuwsgierig; om de paar dagen wordt iets nieuws aangeboden.Bij de vleesvarkens zijn luzerne, strokorrels en kettingen populair, en soms wordt zeoliet ingezet als wroetmateriaal. De belangrijkste les: verrijking helpt, maar alleen als ook de basiscondities, zoals voer, water en klimaat, goed zijn.

Starten met de meest kansrijke biggen

Deelnemers kozen elk hun eigen aanpak. Eén van hen vertelt: “We zijn bewust voorzichtig begonnen: eerst met de meest kansrijke biggen, zodat we ervaring konden opdoen en later konden uitbreiden.” Daarvoor gebruikten ze de SINS-score (Swine Inflammation and Necrosis Syndrome). SINS uit zich in kleine ontstekingen aan staart, oren of speentjes, veroorzaakt door een geactiveerd immuunsysteem van de zeug tijdens de dracht. Biggen met zulke verschijnselen zijn gevoeliger voor bijtgedrag. Door de scores vast te leggen in LeeO kunnen ze later worden gekoppeld aan gegevens uit de slachterij, zoals staartlengte.